HOE WE OOIT ZONDER AIRCONDITIONING LEEFDEN.

19-12-2016

De bewering dat airconditioning de grootste uitvinding van de 20e eeuw is klinkt misschien wat overdreven, maar je kunt niet om de economische en culturele betekenis van airconditioning heen. Zo maakte het gebruik van airconditioning grootschalige migratie mogelijk naar plaatsen die vroeger als onbewoonbaar werden beschouwd. Ook het zakenleven, de werkgelegenheid en het toerisme hadden hier baat bij. Het gebruik van airconditioning zou tot een stijging van de productiviteit hebben geleid die qua omvang vergelijkbaar is met die in de Industriële Revolutie en zelfs in de Computerrevolutie. Hoe komt dat? Airconditioning voorkomt vermoeidheid en lusteloosheid als gevolg van hoge temperaturen (en felle zon). Een oververhit mens komt weer bij in een ruimte met airconditioning.
Maar airconditioning, of eigenlijk het proces dat de eigenschappen van lucht verandert om een prettigere omgeving te creëren, is niet per se een uitvinding van de twintigste eeuw. Al sinds de oudheid worden huizen met natuurlijke koeleigenschappen ontworpen. Zo bouwden de oude Perzen huizen met windtorens (nog steeds te zien in het Midden-Oosten). Deze vaak fraai vormgegeven torens vangen de koelere wind boven een huis, leiden die naar binnen en duwen de warme binnenlucht naar buiten.

Wind towers like those used by the ancient Persians
Windtorens zoals die werden gebruikt bij de oude Perzen.


De oude Romeinen maakten ook gebruik van architectonische technieken om hun huizen koel te houden. Als je rijk genoeg was, kon je vanaf een nabijgelegen aquaduct water naar de spouwmuren in je huis leiden, waardoor het binnen koeler werd. (Minder fortuinlijke Romeinen konden afkoelen in de vele baden en fonteinen in de Romeinse steden. Leuk om te weten is dat in Romeinse tijden een koud bad een frigidarium werd genoemd. Hiervan is het Engelse woord voor koelkast – refrigerator – afgeleid.)

The traditional Korean house 'Hanok'
Een traditioneel Koreaans huis genaamd "Hanok".

Bij het traditionele Koreaanse huis – hanok genoemd – werd bij het ontwerp ook rekening gehouden met verkoeling in de zomer. De belangrijkste kamers werden door een open gang met een houten vloer van elkaar gescheiden. Een briesje kon zo door de hal waaien, waardoor de woonkamer koeler was dan de rest van het huis. Verder gaven overhangende dakranden veel schaduw en zorgden papieren muren met luchtgaten voor verkoeling.

In veel culturen werd natuurlijke koeling bereikt met behulp van ijs en sneeuw dat uit nabijgelegen bergen werd gehaald en werd opgeslagen in speciale gebouwen die ijshuizen werden genoemd. Om het smelten te vertragen, werd het ijs en de sneeuw in stro of zaagsel verpakt. Er waren koopmannen die handelden in ijs; sommigen openden zelfs een winkel om het aan het publiek te verkopen. En zo werd het een populair product, zowel voor het conserveren van voedsel als voor het koelen van huizen. Op een bepaald moment was er in het oude Rome zo’n grote vraag naar ijs dat het duurder werd dan wijn, wat leidde tot allerlei excessen. Zo schijnt Keizer Elagabalus 1.000 slaven naar de bergen te hebben gestuurd om ijs en sneeuw te halen, dat hij vervolgens opzichtig in een grote hoop in zijn tuin opstapelde.
IJshuizen waren ook populair in Griekenland, Mesopotamië en China. Maar de Chinezen gingen nog verder en ontwikkelden een betere vorm van airconditioning. In de tweede eeuw vond de Chinese uitvinder Ding Huan de rotatieventilator uit, een aanzienlijke verbetering van de handwaaier die al sinds 3.000 jaar v.Chr. werd gebruikt. De ventilator moest met de hand bediend worden, maar zorgde wel voor een aangename afkoeling van de omgevingslucht. Vijfhonderd jaar later verbeterde keizer Xuanzong (van de Tang-dynastie) het ontwerp van Ding Huan door een ventilator uit te vinden die werd aangedreven door waterdruk.

Een andere eeuwenoude techniek, een die vandaag de dag nog steeds gebruikt wordt, is koeling door verdamping. Deze is gebaseerd op het feit dat lucht rond een vloeistof afkoelt als deze verdampt. De oude Egyptenaren gebruikten deze techniek voor het koelen van hun huizen door natte matten voor hun deuropening te hangen.
Vanaf de Middeleeuwen tot aan de laat-Victoriaanse periode is in de geschiedenis weinig terug te vinden over verbeteringen in airconditioning. Er werden nog steeds handwaaiers gebruikt en de rijken bleven ijshuizen bouwen. In de architectuur was er wel wat vooruitgang. Zo werden er kleine ramen (nu bekend als bovenlichten) boven een deur gebouwd. Deze konden worden geopend om het binnen koel en geventileerd te houden. In sommige gebieden met een extreem klimaat werden de huizen hoog boven de grond gebouwd, zodat een briesje onder het huis voor verkoeling in de woongedeeltes erboven kon zorgen. Deze huizen hadden vaak ook brede dakranden voor schaduw en muren met jaloezielatten voor koeling en ventilatie (een stijl die vroeger veel in het noorden van Australië voorkwam). Maar misschien wel de meest opmerkelijke vooruitgang in deze lange periode van relatieve ontwikkelingsstilstand was de uitvinding van de elektrische rotatieventilator in 1886. De populariteit van deze ventilator nam logischerwijs razendsnel toe.

A transom built above the door
Kleine ramen boven de deur.

De eerste moderne airconditioner, of een die we als zodanig zouden herkennen, werd in 1902 in de VS uitgevonden. Deze nogal omvangrijke machine pompte lucht langs spiralen met koud water, waardoor de omgevingstemperatuur omlaag ging. Deze noviteit ging vooraf aan een eeuw van grote uitvindingsdrang. Tegenwoordig is airconditioning volkomen vanzelfsprekend en is de vraag hoe we zo lang zonder airconditioning hebben kunnen leven naar de achtergrond verdwenen.
De airconditioners van vandaag verschillen zoveel van de windtorens, ijshuizen en frigidaria uit het verleden, dat niemand de claim dat airconditioning werkelijk de uitvinding van de 20e eeuw is, zal weerspreken. En misschien is het wel de grootste uitvinding ooit.


Deel dit: